HOME > DEPRAKTIJK > HOOGBEGAAFDHEID

HOOGBEGAAFDHEID

“Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe zaken aankan. Autonoom, nieuwsgierig en gedreven van aard. Een sensitief en emotioneel mens, intens levend. Hij of zij schept plezier in creëren." (Kooijman-van Thiel, 2008)
 

Hoogbegaafdheid zou een positieve eigenschap kunnen zijn. Gagné (2010) ontwikkelde het Differentiated Model of Giftedness and Talent (DMGT) waarin hij een onderscheid maakt tussen gaven en talenten. Om van een gave een talent te maken, heb je katalysators nodig. Gagné verwijst in zijn model naar de manier waarop mensen dingen registreren, verwerken en hoe ze reageren op externe prikkels. Als je hoogbegaafdheid wil diagnosticeren bij een kind moet de bijzondere ontwikkeling van deze kinderen worden meegenomen. Met het cognitieve (IQ, motivatie en creativiteit) en het gevoelsaspect (rechtvaardigheidsgevoel, de lat hoog leggen, gevoeligheid en een kritische instelling) samen zou je de beste handleiding hebben bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen.

 

Over het algemeen scoren hoogbegaafden hoog op verschillende functies die door het cognitief systeem worden aangestuurd. Hierbij kun je denken aan planning, werkgeheugen, aandacht, probleemoplossend vermogen, logisch denken, impulscontrole, flexibiliteit, switchen tussen taken en het starten en monitoren van taken. Hoogbegaafden leren niet alleen meer en sneller maar ook kwalitatief anders. De hersenen werken op een andere manier, zien structuren, leggen verbanden en voelen intens. Je moet weten wat je de kinderen wil leren en je moet duidelijk hebben wie wat al weet en wat niet. En vandaaruit bekijk je wat je kunt aanbieden zodat de leerling iets leert. Je bent dus doelbewust bezig.

 

Het gevaar voor hoogbegaafde kinderen is dat het brein niet gestimuleerd wordt en dat de leerling afhaakt en dan komt er een negatieve spiraal op gang van ongewenst emoties en ongewenst gedrag.

 

Hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid zijn thema’s die steeds meer aandacht krijgen. Meerdere wetenschappers erkennen dat hoogbegaafden gevoeliger zijn voor hun omgeving en prikkels hieruit intenser waarnemen en beleven. Bij het diagnosticeren van hoogbegaafdheid bij een kind is het belangrijk dat de bijzondere ontwikkeling van deze kinderen wordt meegenomen. Inzicht in een eventueel verband tussen hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid zou kunnen helpen hoogbegaafde personen/kinderen beter te kunnen begeleiden om hun talenten tot bloei te kunnen laten komen.
 

Een gemeenschappelijke deler tussen hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit is de diepgaande verwerking van stimuli. De intensiteiten en gevoeligheden zorgen ervoor dat hoogbegaafden handelen op een manier die hen buiten de educatieve normen plaatst en dat ze vaak verkeerd begrepen worden. Hierdoor kunnen er misdiagnoses ontstaan of worden er diagnoses gemist.